Prematuur geboren zijn is een trauma. Zeker wanneer er een NICU opname nodig is geweest.
Hier spreken we van een preverbaal trauma. Dit is een trauma wat voorkomt tijdens een kritieke periode voor de groei en ontwikkeling van een kind voordat het kan praten. Tijdens een NICU opname is het kind grotendeels gescheiden van de ouders die er minder goed voor het kind kunnen zijn dan in een normale situatie waarin het kind thuis is. Gescheiden zijn van een ouderfiguur is de meest stressvolle ervaring voor een baby. Daarnaast is de NICU een zeer stressvolle en prikkelrijke omgeving. Verder ervaren prematuren stress en pijn door de handelingen waar alles onder valt van een luier verschonen tot aan de medische handelingen zoals een sonde inbrengen, een operatie of beademing.
Regulatie bij prematuren
Zoals in het item over stress is besproken heeft het zenuwstelsel een grote invloed op hoe mensen omgaan met stress. Bij prematuren op de NICU is het zenuwstelsel nog niet rijp genoeg en kan het zichzelf niet goed reguleren. Zelfs wanneer een baby op tijd is geboren is het kindje nog steeds zijn of haar ouders nodig om te reguleren (te kalmeren of troosten). Het verschil tussen de prematuur en het op tijd geboren kindje is dat bij de laatste het zenuwstelsel wel rijp genoeg is om het parasympatische zenuwstelsel aan te spreken. Dit deel zorgt er onder andere voor dat een kindje onder andere zijn eigen hartslag kan beïnvloeden.
Een prematuur is hier extra hulp bij nodig omdat het parasympatische zenuwstelsel tot de 30ste week van de zwangerschap nog niet veel invloed kan uitoefenen op de baby.*
Gelukkig is hier op de NICU afdelingen steeds meer aandacht voor én wordt er gekeken naar wat de prematuur nodig is. Wanneer er goed (dus consistent en betrouwbaar) wordt gehandeld naar de behoeftes van een prematuur zal het kindje veerkrachtiger worden. Daarnaast zal het beter in staat zijn om met stressvolle situaties om te gaan gedurende de rest van zijn of haar leven.**
Maar wat gebeurt er als er niet genoeg aandacht aan wordt besteed?
Dan leert het zenuwstelsel niet dat het ook mag ontspannen. Het blijft voortdurend alert, alsof het steeds klaarstaat voor gevaar. Het is ingesteld op de alarmstand en ziet bijna alles als een mogelijke bedreiging.
Bij baby’s die op de NICU hebben gelegen, heeft het zenuwstelsel al vroeg deze onveiligheid ervaren door alle pijnlijke, stressvolle handelingen en het ontbreken van een ouderfiguur. Daardoor gaat het sneller “aan” en dat effect kan zelfs op latere leeftijd zichtbaar blijven. Volwassenen die te vroeg geboren zijn, merken vaak dat ze altijd gespannen of alert zijn en daardoor moeite hebben om echt te ontspannen.
Wanneer zij later in hun leven een trigger tegenkomen bijvoorbeeld een geur, een geluid, een bepaald gevoel of een situatie (zoals bloedprikken of een tandartsafspraak) reageert hun zenuwstelsel alsof er opnieuw gevaar dreigt. Het lichaam herkent de situatie als iets van vroeger en reageert alsof het weer terug is in die situatie.
Dit doet het lichaam door verschillende signalen af te geven: angst, paniek, herbelevingen (het gevoel alsof de nare ervaring uit het verleden nu opnieuw gebeurt), dissociatie (het gevoel alsof je even “weg” bent of losstaat van jezelf of je omgeving), of de neiging om te vechten of vluchten. Als daar niets mee gedaan wordt, blijft het zenuwstelsel dezelfde situaties steeds opnieuw als gevaarlijk ervaren en zal steeds heftiger reageren. Het leert dan niet dat het ook anders kan.
Wat kan ik hier aan doen?
Het goede nieuws is dat het zenuwstelsel ook kan herstellen waardoor iemand zich weer veiligheid voelt en rust kan komen. Iemand kan stap voor stap leren zichzelf gerust te stellen, te troosten en spanning los te laten. Waar nodig kan een therapeut helpen bij het verwerken van de oude ervaringen en het aanleren van nieuwe manieren om hiermee om te gaan. Zo kan het zenuwstelsel langzaam ervaren dat ontspanning en veiligheid óók mogelijk zijn.
* Mulkey, S. & du Plessis, A. (2018). Autonomic nervous system development and its impact on neuropsychiatric outcome
**Mary E. Coughlin (2014). Transformative nursing in the NICU


