Volwassen prematuren hebben een grotere kans op rekenproblemen.
Te vroeg geborenen zijn relatief gezien specifiek op academisch vlak (bijv. in taal en rekenen) minder sterk dan op tijd geborenen. Dit is met name te zien in taal- en rekenproblemen. (Litt, J. (2005))
Rekenvaardigheid bestaat uit diverse mentale processen die bestaan uit domein specifieke vaardigheden en algemene functies. Het domein specifieke vaardigheden zorgt voor het begrip van numerieke eigenschappen, feiten begrijpen en het uitvoeren van berekeningen. De algemene functies zorgt voor het werkgeheugen, aandacht, besluitvorming en dat iemand opeenvolgende mentale opdrachten uit kan voeren.
In het brein zelf zijn er interne netwerken (intrinsieke brein netwerken) die het brein op grote schaal organiseren. In het geval van prematuren zijn die consistent anders zelfs op volwassen leeftijd. Deze netwerken worden ook wel functionele netwerken genoemd omdat hun structuur in de ruimte van het brein overlapt met de netwerken die gebruikelijk actief zijn bij het uitvoeren van taken. Door vroeggeboorte worden deze functionele netwerken beïnvloedt waardoor de netwerken anders samenwerken. Toch kunnen de hersenen zich later gedeeltelijk aanpassen en dus compenseren zodat het toch de aandacht bij de taak kan houden en deze kan uitvoeren.
In een onderzoek hebben ze te vroeg geborenen op 5, 8 en 26 jarige leeftijd onderzocht door een IQ test en een MRI scan. Er is onderzocht of er een associatie is tussen de rekenvaardigheden en of daardoor de mentale vaardigheden en de interne functionele netwerken van het brein zijn verandert door vroeggeboorte bij volwassenen. Uit dit onderzoek is gebleken dat de rekenvaardigheden zowel bij op tijd geborenen als bij prematuren de mentale uitkomsten en de organisatie van de interne functionele netwerken van het brein kan voorspellen. (Baüml, J.G. (2016))
Welke delen van het brein spreek je aan tijdens het rekenen?
Volgens onderzoek (Taylor, G. (2009)) zijn er verschillende delen van het brein die op hun unieke manier bijdragen aan de rekenvaardigheid:
- Een gebied van de intrapariëtale sulcus (integreren en coördineren van functies zoals ruimtelijk inzicht en aandacht voor de ruimte)
- Een gebied in de linker gyrus angularis (verantwoordelijk voor het verbaal verwerken van getallen. Symbolen worden herkend als letters en woorden)
- Het posterieure superieure deel van het pariëtale systeem (verantwoordelijk voor de aandacht naar een specifiek punt in een ruimte richten)
- Frontale brein gebieden zijn ook selectief geactiveerd bij rekentaken
Welke problemen ervaren prematuren in het rekenen?
De problemen met rekenen die veel prematuren ervaren wordt nog niet volledig begrepen. Het kan mogelijk wel een resultaat zijn van een aangetaste ontwikkeling van het brein. Daarnaast kan een verandering in de organisatie van het brein ook een mogelijke oorzaak zijn van rekenproblemen.
Er wordt verondersteld dat de rekenproblemen bij prematuren worden veroorzaakt door verstoringen in het domein specifieke vaardigheden en bij de algemene functies.
Bij dyscalculie (moeite hebben met rekenen) is er hoofdzakelijk sprake van een verstoring in de domein specifieke vaardigheden. (Baüml, J.G. (2016))
Op het gebied van rekenen zijn de problemen met name aanwezig bij het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Ook liggen er problemen in de visueel ruimtelijke vaardigheden zoals het inschatten van ruimte en afstanden.
Kinderen met rekenproblemen zijn mogelijk vatbaarder voor problemen met schatting van grootte, geometrie, geld of het concept van tijd. Dit zou grote gevolgen hebben voor het lange termijn functioneren van de prematuur als volwassenen. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan. Echter horen wij wel verhalen over volwassen prematuren die dergelijke problemen ervaren.
Welke gevolgen hangen er aan rekenproblemen?
Moeite hebben met rekenen gaat vaak gepaard met specifieke zwakte op bepaalde cognitieve gebieden. Het kan met name op de volgende gebieden invloed hebben:
- Visueel ruimtelijk
- Het vermogen om zintuiglijke informatie (horen, zien enz.) te gebruiken om bewegingen aan te sturen
- Uitvoerende functies zoals problemen oplossen.
- Globale mentale verwerking (algemene structuur van een situatie begrijpen. Eerst het geheel daarna de details)
- Motoriek en coördinatie
- Het benoemen wat er op een plaatje staan
- Perceptuele planning (waarneming gebruiken om acties of gedrag te plannen) (bijvoorbeeld reageren op een bal die op jou afkomt)
- Verbaal werkgeheugen (het tijdelijk opslaan van verbale informatie zoals woorden en cijfers zoals instructie of een telefoonnummer)
Zijn er dingen die de rekenvaardigheid beïnvloeden?
Er zijn veel zaken van invloed op de rekenvaardigheden van prematuren:
- Intraventriculaire bloedingen (bloedingen in de hersenkamers)
- Chronische longaandoeningen (bij beademing tot ten minste 36 weken op de gecorrigeerde leeftijd)
- Behandeling postnataal met steroïden
- Necrotiserende enterocolitis (NEC) (infectie en inflammatie van de darmen)
- Lange ziekenhuisopname als baby
- Hoofdomtrek (een smallere hoofdomtrek is geassocieerd met lage rekenvaardigheid)
- Retinopathie door vroeggeboorte (een oogaandoening die veel voorkomt bij prematuren)
Er zijn zelfs meerdere associaties gevonden van slechtere motorische vaardigheden bij prematuren (<34 weken) op 4 of 6 jarige leeftijd en een negatieve invloed op rekenvaardigheden op 8 of 12 jarige leeftijd. (Botting et al (1998)) (Mcgrath (2003))
Ook geboortegewicht speelt een rol. Er is een relatie tussen het geboortegewicht waarbij de scores van een rekentoets tussen 8 en 12-16 jarige leeftijd een grotere daling vertoonden bij een geboortegewicht van <750 gram. (Siagal et al (2000))
Kortom het vroeg signaleren van problemen op het gebied van rekenen is dus cruciaal. Om lange termijn gevolgen van rekenproblemen te verminderen is het belangrijk om het op tijd te signaleren en de rekenvaardigheid te verbeteren.

Bibliografie:
- Litt, J., Taylor, H.G., Klein, N., Hack, M. (2005) Learning disabilities in children with very low birthweight: prevalence, neuropsychological correlates, and educational interventions.
- Botting, N., Powls, A., Cooke, R.W., Marlow, N. (1998) Cognitive and educational outcome of very-low-birthweight children in early adolescence.
- Sullivan, M.C., McGrath, M.M. (2003) Perinatal morbidity, mild motor delay, and later school out comes.
- Saigal, S., Hoult, L.A., Streiner, D.L., Stoskopf, B.L., Rosenbaum, P.L. (2000) School difficulties at adolescence in a regional cohort of children who were extremely low birthweight.
- Taylor, H.G., Espy, K.A., Anderson, P.J. (2009) Mathematics deficiencies in children with very low birth weight or very preterm birth.
- Bäuml, J.G., Meng, C., Daamen, M., Baumann, N., Busch, B., Bartmann, P., Wolke, D., Boecker, H., Wohlschläger, A., Sorg, C., Jaekel, J. (2016) The association of children’s mathematic abilities with both adults’ cognitive abilities and intrinsic fronto-parietal networks is altered in preterm-born individuals.

