Onhandigheid door vroeggeboorte

Volwassen prematuren merken dat zij onhandig zijn. De mate waarin verschilt per persoon en natuurlijk heeft niet iedere prematuur hier last van. Degenen die er wel last van hebben merken duidelijke verschillen tussen zichzelf en mensen die op tijd zijn geboren.

Onhandigheid uit zich in de motoriek oftewel hoe je beweegt. De wetenschap toont ook aan dat er een verschil is tussen prematuren en niet prematuren op het gebied van motoriek. Je hebt de fijne motoriek die je gebruikt bij de precieze taken zoals veter strikken en schrijven. Daarnaast heb je de grove motoriek die je gebruikt bij de minder precieze taken zoals lopen en rennen. Uit onderzoek is gebleken dat prematuren gemiddeld iets langzamer bewegen en een minder goede handvaardigheid hebben dan mensen die op tijd zijn geboren. Bij de grove motoriek zijn er onder andere problemen met de balans. Deze problemen ontstaan vaak al op jonge leeftijd en blijven ook op volwassen leeftijd aanwezig. *

De oorzaak van de onhandigheid is dat iemand zijn of haar  motoriek niet goed heeft kunnen ontwikkelen. Dit kan enerzijds komen door eventueel hersenletsel. Anderzijds kan het ook te maken hebben met de witte stof in het brein.* Door bijvoorbeeld een te laag geboortegewicht kunnen er afwijkingen ontstaan van de witte stof in diverse gebieden in het brein. Verder kunnen er verstoringen zijn in de organisatie en verbindingen van zenuwvezels.** De verminderde snelheid in het bewegen kan mogelijk komen door een minder goede connectie tussen de netwerken in het brein die de motoriek verzorgen.

Hierom is het belangrijk om problemen bij het bewegen vroeg op te sporen. Deze problemen ontstaan al in de jeugd en blijven ook bij volwassenen aanwezig. Verder is het belangrijk om te kijken naar bijvoorbeeld een sport of activiteit die past bij de manier waarop iemand beweegt. Indien nodig kunnen bijvoorbeeld fysiotherapeuten hierin ondersteunen.

* Husby I. M., Skranes J., Olsen A., Brubakk A.M., Evensen K.A. (2013). Motor skills at 23 years of age in young adults born preterm with very low birth weight.

** Skranes J., Vangberg T.R., Kulseng S., Indredavik M. S., Evensen K.A., Martinussen M., Dale A.M., Haraldseth O., Brubakk A.M. (2007). Clinical findings and white matter abnormalities seen on diffusion tensor imaging in adolescents with very low birth weight.

Onhandigheid door vroeggeboorte