Bronchopulmonale Dysplasie / Longschade door vroeggeboorte

De CPL poli

Bij de poli congenitale en perinatale longaandoeningen (CPL) van het Erasmus MC worden volwassenen met aangeboren longaandoeningen gezien. Dit houdt in dat mensen die een longaandoening hebben ontwikkeld, in de zwangerschap of in de babytijd, hier kunnen worden onderzocht en behandeld.  

De CPL-poli is in 2019 opgezet door longarts dr. Lieke Kamphuis en zij doet dit samen met haar collega longartsen drs. Arnold Duinisveld en drs. Lidewij Visser. Deze poli is vooralsnog het enige expertisecentrum ter wereld die zich richt op deze groep. 

De artsen van deze poli zien veel volwassenen met aangeboren longaandoeningen, zoals bronchopulmonale dysplasie (hierna BPD) door de artsen ook wel longschade ten gevolge van vroeggeboorte genoemd. Naast het onderzoeken en behandelen van deze groep zijn de artsen informatie aan het verzamelen door veel mensen te zien met (een verdenking op) deze aandoening. Hierdoor kunnen de artsen een goed beeld krijgen van wat een aandoening inhoudt en hoe dit het beste behandeld kan worden.  

 
De poli heeft als doel om zo veel mogelijk mensen met longschade door vroeggeboorte te zien, zodat er beter onderzoek kan worden gedaan. Ook is er het doel om een internationale richtlijn op te zetten, zodat artsen wereldwijd een aangeboren longaandoening beter kunnen behandelen. 

Verder vinden de artsen het alle drie belangrijk dat er ruimte is voor het verhaal van de patiënt en dat de artsen de herkenning en erkenning kunnen geven die nodig is. 

Welke aandoeningen behandelen zij? 

Er zijn veel verschillende aandoeningen die tijdens de zwangerschap al kunnen ontstaan, maar ook na de zwangerschap kunnen er complicaties optreden. Denk hierbij aan zuurstoftekort tijdens de bevalling of een aangeboren afwijking die op latere leeftijd zich uit. 
 

DE CPL-poli ziet onder andere de volgende aandoeningen: 

  • Bronchopulmonale dysplasie (BPD); 
  • Congenitale hernia diafragmatica (waarbij BPD achtige klachten kunnen voorkomen); 
  • Congenitale slokdarmatresie (hierbij zijn er vaak infectie problemen); 
  • Mensen met bepaalde syndromen waar longziektes bij voorkomen; 
  • Mensen die als baby meconium (de eerste ontlasting van een baby) hebben ingeslikt of ingeademd rond de bevalling, waardoor problemen zijn ontstaan; 
  • Mensen met een zuurstoftekort bij de bevalling en die daardoor bijv. gehandicapt zijn geraakt; 
  • Aangeboren cystes; 
  • Overige zeldzame aandoeningen.

Het kan voorkomen dat mensen al hun hele leven weten dat zij een bepaalde aandoening hebben. Echter komt het voor dat er op latere leeftijd, per toeval iets wordt ontdekt op een röntgenfoto of een CT-scan. Het kan zelfs nog voorkomen dat iemand (ogenschijnlijk) geen klachten heeft, maar dat het toch per toeval wordt ontdekt tijdens bijvoorbeeld een onderzoek in het ziekenhuis. Ook kan het voorkomen dat mensen er op latere leeftijd achter komen dat er een genetische afwijking in de familie zit, wat tot een latere diagnose kan leiden. 

Hoe verloopt de longontwikkeling in een normale situatie? 

De longen ontwikkelen zich gedurende de zwangerschap terwijl de baby zijn zuurstof krijgt via de navelstreng. In een normale situatie ziet dat er als volgt uit. In de vierde week van de zwangerschap ontstaan bogen die later de keelholte vormen. Verder vormen de luchtpijp en het strottenhoofd zich.  

In de periode daarna ontwikkelen de luchtpijp en het weefsel waaruit later de longblaasjes ontstaan. Vanuit de luchtpijp ontstaan twee vertakkingen: een naar de linkerlong en een naar de rechterlong. Aan beide kanten vertakken deze steeds verder in kleine buisjes, ook wel de bronchiën genoemd. Na ongeveer drie maanden bevatten de bronchiën al wat bloedvaten. 

Vanaf de 25ste week van de zwangerschap ontstaan de eerste grove longblaasjes, ook wel sacculi genoemd. Deze hebben een dikke wand met enkele bloedvaatjes. Hieruit groeien de uiteindelijke longblaasjes die ervoor zorgen dat zuurstof wordt opgenomen in het bloed en afvalstoffen worden afgevoerd. 

Vanaf ongeveer 24 weken gaan de longcellen surfactant produceren, wat ervoor zorgt dat de longblaasjes na de geboorte goed openen bij het inademen en niet dichtklappen bij het uitademen. Pas na 28 weken maken de cellen voldoende surfactant aan om ervoor te zorgen dat de longblaasjes mooi open blijven.1 Verder ontstaan er in deze periode steeds meer longblaasjes. 

Een baby heeft na de geboorte ongeveer 5% van de longblaasjes die hij uiteindelijk gedurende zijn leven zal krijgen. De eerste 2 jaar komen er nog heel veel bij, maar de longen zijn pas na de puberteit volgroeid.2 

Hoe komt iemand bij de CPL-poli? 

Mensen kunnen vanaf hun 17e levensjaar bij de CPL-poli komen via een verwijzing van hun huisarts of een arts uit het ziekenhuis. Er is altijd een verwijzing nodig van een huisarts of een andere arts in het ziekenhuis. Wanneer er twijfels zijn over een verwijzing of als mensen hier problemen mee hebben kan er contact op worden genomen met de poli via: CentrumCPL@erasmusmc.nl. Juist voor mensen met dergelijke klachten en een geschiedenis met vroeggeboorte, kan een verwijzing leiden tot een juiste diagnose waardoor er gerichter behandeld kan worden. Het is voor artsen zeker nuttig om vroeggeboorte uit te vragen. De artsen van de poli zijn bezig om de kennis over longschade door vroeggeboorte te delen door middel van nascholingen en podcasts. 

Wat is Bronchopulmonale Dysplasie? 

BPD is een aandoening die kan ontstaan door een vroeggeboorte. De longen zijn voornamelijk hierdoor minder goed ontwikkeld en werken minder goed. BPD kan ook op latere leeftijd klachten geven zoals kortademigheid en een slechte conditie.3 

Bij prematuur geboren baby’s zijn er een aantal longproblemen zoals een onvolledige aanleg van de longblaasjes (alveoli) en bloedvaten. Ook is er onvoldoende surfactant aanwezig, dit is een stofje wat helpt om de longblaasjes open te laten staan. Om deze problemen aan te pakken, past men sinds de jaren 50 van de vorige eeuw kunstmatige beademing toe. Om het gebrek aan surfactant te compenseren is er gebruik gemaakt van een hoge druk bij de beademing, samen met een groot beademingsvolume en een hoge concentratie zuurstof. Hierdoor ontstaat schade aan de luchtwegen waarbij er een ontstekingsreactie en fibrose van het weefsel voorkomt. Bij sommige kinderen ontstaat voornamelijk hierdoor een ziektebeeld wat bronchopulmonale dysplasie wordt genoemd.4  

Bij BPD wordt er nog onderscheid gemaakt tussen de klassieke en de nieuwe vorm waar later meer over wordt uitgelegd.  
 Mensen die de diagnose BPD of longschade door vroeggeboorte krijgen zijn vaak jong en willen zich vaak geen patiënt voelen. Deze groep wil graag weten wat zij wel kunnen en volop in het leven blijven staan, ondanks hun diagnose. Enerzijds is deze groep patiënt en aan de andere kant willen zij graag deel kunnen nemen aan het dagelijks leven. 

Hoe vaak komt BPD voor? 

In Nederland worden ongeveer 2.000 baby’s per jaar levend geboren bij een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken. Van deze groep heeft circa 75% longklachten. De schatting is dan ook dat er 60.000 Nederlanders met longklachten door vroeggeboorte zijn. Het exacte aantal achterhalen is lastig aangezien mensen het vaak zelf niet weten en denken dat hun klachten normaal zijn.5 

Wat merken mensen met longschade door vroeggeboorte? 

Mensen met longschade door vroeggeboorte kunnen vaak verschillende dingen merken zoals: 

  • Luchtwegklachten klachten zoals een piepende ademhaling 
  • Hoesten 
  • Kortademig (bij inspanning) 
  • Terugkerende luchtweginfecties 
  • Vermoeidheid 
  • Verminderde conditie  

Het kan voorkomen dat mensen zelf geen klachten ervaren, maar wel opmerken dat zij bijvoorbeeld minder goed kunnen sporten dan anderen, niet meer goed mee kunnen komen of sneller vermoeid zijn Deze vorm van longschade heb je vanaf je geboorte. Daardoor zijn mensen zich niet bewust van dergelijke klachten. Omdat zij hun hele leven (onbewust) bepaalde klachten hebben, weten zij vaak niet anders en is het voor deze mensen juist heel normaal. Veel mensen hebben jarenlange klachten, zonder dat zij dit weten. Bij nader onderzoek blijkt er vaak meer aan de hand te zijn, maar het wordt als gevolg van bovengenoemde oorzaken nauwelijks opgemerkt door patiënten en professionals. 

Het komt vaak voor dat mensen de diagnose astma of COPD krijgen, terwijl zij eigenlijk longschade hebben door hun vroeggeboorte. De klachten van deze vorm van komen namelijk overeen met astma en COPD. Aangezien de gevolgen van longschade door vroeggeboorte op latere leeftijd nog vrij onbekend is bij zowel huisartsen als longartsen, kan iemand sneller een verkeerde diagnose krijgen. 

Hoe wordt de diagnose gesteld? 

Op dit moment wordt de diagnose bij baby’s gesteld tijdens de officiële 36ste week van de zwangerschapsduur bij een zwangerschap van <32 weken. Bij een zwangerschap van >32 weken wordt de diagnose gesteld na 28 dagen maar wel voor de 56ste dag na de geboorte. Er wordt dan gekeken naar radiologische veranderingen, de zwangerschapsduur (< 32 weken of > 32 weken) en het zuurstofgebruik gedurende ten minste 28 dagen. Ook worden andere oorzaken eerst uitgesloten voordat de diagnose wordt gesteld.6 

Er zijn drie gradaties: mild, matig ernstig en ernstig. Aan de hand van onderstaande tabel wordt er gekeken naar de zuurstofbehoefte op basis van zwangerschapsduur en kan er een uitspraak worden gedaan over de ernst. 

 
 
<32 weken zwangerschap >32 weken zwangerschap 
Tijdstip meting In de 36ste week van de zwangerschap >28 dagen, maar <56 dagen na de geboorte of ontslag naar huis, wat het eerste plaatsvindt. 
Behandeling met zuurstof >21% gedurende tenminste 28 dagen en: 
Milde BPD Ademt kamerlucht (al dan niet met snor 1 l/min) Ademt kamerlucht (al dan niet met snor 1 l/min) 
Matig ernstige BPD Zuurstofbehoefte van <30% Zuurstofbehoefte van <30% 
Ernstige BPD Zuurstofbehoefte van >30% en/of positieve druk (beademing, nasale CPAP of HFNC) Zuurstofbehoefte van >30% en/of positieve druk (beademing, nasale CPAP of HFNC) 
Maar wat als je op latere leeftijd klachten krijgt? 

Voor de volwassenen gelden die criteria niet meer. En er zijn momenteel geen richtlijnen aanwezig waarin criteria voor volwassenen worden genoemd. Er wordt bij volwassenen gekeken of er wel of geen longschade is. Hoe lang een baby is beademd staat er los van, net zoals de duur van de zwangerschap. Het komt voor dat volwassenen die met 26 weken geboren zijn geen longschade hebben, maar iemand die met 34 weken geboren is juist wel veel schade heeft. Dit komt doordat een foetus tot aan 36 weken van de zwangerschap met 5% van de longblaasjes wordt geboren. De overige 95% ontwikkel je in de komende 18 jaar. Vroeggeboorte heeft hier invloed op, evenals het geboortegewicht. Baby’s die te licht (<2kg) worden geboren kunnen namelijk ook longschade hebben. 

Het kan voorkomen dat volwassenen officieel niet voldoen aan de criteria van de diagnose BPD, maar wel longschade hebben door vroeggeboorte. Zij hebben dan een slechte longfunctie en afwijkingen op een CT-scan. 

De CPL-poli stelt de diagnose longschade door vroeggeboorte aan de hand van de door hen opgestelde criteria: 

  • Is iemand prematuur geboren (geboren voor 36 weken);
  • Is iemand dysmatuur (geboren met een gewicht onder de 2kg);
  • Het verhaal van de klachten;
  • Zijn er afwijkingen op de CT-scan en/ of in de longfunctie. 

De poli stelt wel dat er iets moet worden gemeten/gezien in bijvoorbeeld de CT-scan of de longfunctie om de diagnose te kunnen stellen. Tijdens het polibezoek wordt er naast vroeggeboorte ook verder gekeken naar eventuele andere oorzaken van de klachten.
 

Klassieke BPD vs. Nieuwe BPD 

Baby’s kunnen tegenwoordig steeds vroeger geboren worden, nu zelfs al met 23 weken. Artsen zien wel dat hoe eerder iemand wordt geboren, hoe onrijper de longen zijn. Hierdoor kunnen ook weer problemen ontstaan. Sinds 1991 worden baby’s niet meer geïntubeerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat het beeld van BPD volgens de wetenschap verandert.7 

Baby’s krijgen nu vlak na de geboorte een klein beademingsbuisje (MIST) in de luchtpijp. Via een slangetje wordt een stofje toegediend die helpt om de longblaasjes open te laten staan. Dit stofje (surfactant) wordt normaal gesproken vanaf de 32ste week van de zwangerschap aangemaakt. Bij de groep die nog werd geïntubeerd is er vaak sprake van een betere longontwikkeling. Echter heeft deze groep vaak meer schade aan de longen zelf als gevolg van de beademing. Door de hoge druk van de beademing worden namelijk de longblaasjes kapot geblazen. Bij de groep zonder intubatie is er vaak sprake van onrijpe longen. Er is dus minder schade, maar wel longen die minder rijp zijn. 

Kortom, bij de klassieke BPD is er sprake van longschade en fibrose door onder andere de mechanische beademing. Terwijl er bij de nieuwe vorm van BPD sprake is van een stoornis in de longontwikkeling, doordat de longen minder rijp zijn. 8 De artsen zien op dit moment geen verschil tussen de twee groepen die hierboven worden benoemd. Er zit geen verschil in het beeld en geen verschil in de klachten die mensen aangeven. Ook is er geen verschil te zien bij het doen van een functietest voor de longen. De artsen verwachten wel dat er in de longen zelf waarschijnlijk een mogelijk verschil te zien is. Het is voor nu alleen nog lastig om dit te onderzoeken. 

Welke onderzoeken worden er gedaan om longschade door vroeggeboorte vast te stellen? 

Om de longschade vast te stellen worden er een aantal onderzoeken gedaan: 

– een CT-scan 

– een longfunctie test 

Afhankelijk van de klachten die iemand ervaart kunnen er nog andere onderzoeken worden overwogen:

– een bloedonderzoek op indicatie 

– een inspanningsonderzoek op indicatie 

Soms kan er een slaaponderzoek gedaan worden of een onderzoek bij de KNO-arts aangezien slaapapneu vaker voorkomt. Het kan zelfs voorkomen dat er naar andere artsen wordt verwezen. Het hart wordt ook vaak door de cardioloog onderzocht, aangezien kortademigheid soms daar vandaan kan komen. Verder is er een groter risico op pulmonale hypertensie, oftewel een hoge bloeddruk in de longvaten. Dit komt bij jongeren vaker voor dan bij ouderen, het is alleen niet bekend waarom dit zo is. Iedere patiënt is anders en dus worden er, afhankelijk van het verhaal dat iemand vertelt, bepaalde onderzoeken wel of niet gedaan. De longartsen geven aan dat het belangrijk blijft om de klachten serieus te nemen en de persoon met de klachten de herkenning en erkenning te geven voor zijn of haar verhaal. 

Welke behandeling is er mogelijk bij longschade door vroeggeboorte? 

Bij deze vorm van longschade is het belangrijk om te weten dat het vaak relatief jong volwassenen zijn die de diagnose krijgen. Vaak wil deze groep nog zoveel mogelijk kunnen en een goede kwaliteit van leven hebben. 

Het is echter nog niet bekend wat het exacte beloop is van deze longschade. In een normale situatie neemt de functie van de longen iets af naarmate mensen ouder worden. In het geval van longschade door vroeggeboorte is het nog niet bekend of dit bijvoorbeeld op dezelfde manier gaat, of sneller achteruit kan gaan.  

De artsen geven dan ook het volgende mee: 

‘Wat goed is moet zo lang mogelijk goed blijven.’

Oftewel, het is belangrijk om de longfunctie zo lang mogelijk op hetzelfde niveau te houden zodat mensen zo lang mogelijk kunnen blijven functioneren. 

Hierom zijn de volgende punten van belang: 

  1. Leefstijl 
  2. Gezond gewicht  
  3. Niet roken of vapen 
  4. Medicatie  
  5. Voldoende bewegen 
Leefstijl:  

Voor mensen met longschade is het belangrijk om goed te letten op de leefstijl. Hierbij wordt er onder andere gekeken wordt naar hoe iemand eet, beweegt en of iemand rookt.   

Met name het bewegen kan een uitdaging zijn. Juist bij een longaandoening is het belangrijk om te bewegen om de conditie en de kracht te behouden. Mensen ervaren vaak dat zij sneller kortademig zijn tijdens het sporten of bewegen, waardoor ze soms weerhouden worden om de juiste oefenprikkel te creëren. Bij het bewegen zijn een aantal dingen van belang namelijk: de ademhaling, conditie en kracht.  

Ademhaling:  

Mensen met longschade kunnen te maken hebben met een snelle ademhaling en zijn vaker kortademig bij inspanning. Tevens kost het vaak meer energie om adem te halen omdat de longen soms minder ontwikkeld zijn of in een eerder stadium schade hebben opgelopen. Er kan schade zijn opgelopen bij terugkomende luchtweginfecties wat voor littekenweefsel zorgt en de functie van de longen negatief beïnvloed. Dit kan leiden tot een hoge ademhaling, bij een hoge ademhaling adem je meer lucht in dan uit, wat kan leiden tot een opgeblazen gevoel en opgetrokken schouders. Dit maakt inademen moeilijker en kan een benauwd gevoel geven. Ook kan er pijn op de borst ontstaan doordat spieren en pezen worden opgerekt. Het is van belang om mensen meer bewust te maken dat zij vanuit hun buik kunnen ademhalen, zodat het middenrif meer geactiveerd wordt. Een grotere focus op de uitademing kan hier nog in helpen. Verder kan het helpen om de interne ademhalingsspieren te trainen met behulp van bijvoorbeeld IMT-training (Inspiratory Muscle Training). Echter is er nog weinig literatuur bekend over longschade door vroeggeboorte en IMT-training.  

Soms is er sprake van airtrapping, oftewel plekken in de longen waar lucht achterblijft. Dit zorgt ervoor dat de longen niet goed kunnen ventileren en dat mensen dus niet goed kunnen uitademen. Dit heeft als resultaat dat mensen het idee hebben dat zij meer in moeten ademen en daardoor nog kortademiger worden. Een simpele oefening als blazen met een rietje in een glas water kan al helpend zijn om de ventilatie van de longen te stimuleren. Dit zorgt er namelijk voor dat er druk in de longen en de longblaasjes komt. Deze druk zorgt ervoor dat lucht naar de plek wordt verplaatst waar de minste weerstand is en zo kan het ventileren van de longen worden gestimuleerd. 

Conditie:  

Om het sporten vol te kunnen houden moet er sprake zijn van een goede conditie. Wanneer mensen door een longaandoening minder gaan bewegen gaat de conditie achteruit.  De conditie is op verschillende manieren te trainen en ook in verschillende vormen. Een belangrijk punt voor het opbouwen van conditie bij een longaandoening is de manier van trainen. Dit kan je het beste doen door middel van intervaltraining. Oftewel een korte piek van bijvoorbeeld 1-2 minuten met intensief bewegen en daarna 2-4 minuten op een rustig en normaal tempo doorgaan. Op deze manier hebben de longen de kans om te herstellen van de piek en is het makkelijker om de ademhaling onder controle te houden. Deze rust- en herstel momenten zijn dus heel nuttig voor de longen. Zeker als een sprake is van diffusie stoornissen blijkt intervaltraining effectiever te werken. Een duurtraining waarbij je op een constant tempo blijft zorgt ervoor dat de longen minder goed de kans krijgen om te herstellen waardoor de ademhaling niet meer gecontroleerd is. De intervaltraining is voor zowel jongeren als ouderen aan te raden. Jongeren hebben hierbij het voordeel dat zij beter belastbaar zijn waardoor er een hoger piekmoment ontstaat. Ouderen hebben juist meer baat bij langere rustmomenten. Een intervaltraining kan in de dagelijkse wandeling worden toegepast. Het is goed om iedere dag tussen de 5000 en 10.000 stappen te zetten per dag. Tussendoor kan je kort een hoger looptempo hanteren om interval momenten tijdens een wandeling te implementeren.  
  

Kracht:  

Het is van belang dat er voldoende spierkracht in het lichaam aanwezig is. Met name de beenspieren zijn belangrijk om hierin mee te nemen. De beenspieren vragen over het algemeen de meeste zuurstof van het lichaam.  Op het moment dat het met de longen slechter gaat is dat de eerste spiergroep dat sneller achteruitgaat. Mensen blijven dan vaak nog wel dingen met de handen en armen doen, maar missen de kracht bij alledaagse dingen zoals opstaan vanuit de stoel.  Ook is het zo dat als de beenspieren sterk blijven, deze reserves vormen voor een latere periode. Kracht is dan het beste op te bouwen in setjes van 3-4x waarbij je een oefening 8 tot 12x herhaald voor de aanmaak van spiermassa. Nadien mag iemand na een oefening het gevoel hebben dat het zwaar was.  Het is belangrijk om spierkracht oefeningen naast de algemene dagelijks activiteiten (bijvoorbeeld de hond uitlaten of boodschappen doen) erbij te doen. 

Hartslag: 

Tijdens het bewegen stijgt de hartslag. Hoever deze stijgt is afhankelijk van de persoon zelf, de conditie, maar ook van hoe intensief de beweging is. Tijdens een intervaltraining wordt er gewerkt met een piekmoment. Binnen deze piek kunnen mensen ervoor kiezen om op de maximale hartslag te trainen. Dit bereken je door 220- de leeftijd.  Het is mogelijk om een percentage hiervan te nemen en rondom een bepaalde hartslag of in een bepaalde zone te trainen. 

Hoesten:  

Hoesten bij longschade kan voorkomen in combinatie met recidiverende luchtweginfecties. Regelmatig hebben mensen last van (vastzittend) slijm, ook wel sputum genoemd. Wanneer mensen hier last van hebben, kunnen er verschillende technieken worden toegepast om het ophoesten zo gemakkelijk mogelijk te maken. Zo kan er gebruik worden gemaakt van huftechnieken die kunnen helpen om het slijm makkelijk op te hoesten. Ook kan er gebruik worden gemaakt van een flutter, dit is een hulpmiddel dat via oscillaties (trillingen) ervoor zorgt dat het slijm losser komt. Verder kan er gebruik worden gemaakt van een PEP masker (een masker waarbij je tegen weerstand uit ademt) om het hoesten op te wekken. Bij veel hoesten is het verstandig om hiermee naar een arts te gaan voor verder onderzoek of eventuele medicatie.  

Eventueel kan een (long)fysiotherapeut mensen verder helpen met het behouden en/of opbouwen van de kracht en conditie. Ook kan er worden gekeken naar het ademhalingspatroon of hoesttechnieken binnen deze behandelingen. 

Gezond gewicht: 

Mensen met een longaandoening kunnen met betrekking tot het gewicht twee kanten op. Zij kunnen overgewicht krijgen of ondergewicht. Overgewicht kan ontstaan doordat zij juist minder gaan bewegen, omdat zij kortademig zijn. Ondergewicht kan ontstaan doordat mensen minder gaan eten, omdat zij te kortademig zijn. Maar ook kan bewegen te veel energie gaan kosten waardoor mensen sneller afvallen. 

Het is daarom belangrijk om het gewicht goed in de gaten te houden en met enige regelmaat toch even op de weegschaal te gaan staan. Indien nodig kan er ook een diëtist worden ingeschakeld. Zij kunnen onder andere helpen met behulp van advies over gezonde voeding en met aankomen of afvallen. 

Niet roken of vapen: 

Mensen met een longaandoening krijgen altijd het dringende advies om te stoppen met roken/vapen. Bij een aantal longaandoeningen is er namelijk al sprake van longschade. Roken of vapen beschadigen deze aangetaste delen nog meer. Hierdoor zal iemand met een verminderde longfunctie nog meer klachten ontwikkelen waarbij de longfunctie nog verder zal afnemen.9 

Het roken/vapen zelf kan al prikkelend werken voor de longen, waardoor je vaker moet hoesten en de luchtwegen zelf irriteert. Ook zorgt roken op den duur voor extra schade in de longen of voor ziektes COPD (waarbij de longblaasjes kapot gaan) en longkanker. Het vapen is nog redelijk nieuw en waar in eerste instantie werd gedacht dat het onschuldig was, komen onderzoekers en artsen daar nu op terug. Het vapen zorgt voor een ontsteking in de longen, wat voor kortademigheid kan zorgen en daadwerkelijk op korte termijn schade kan opleveren aan de longen.10 

Verder heeft recent onderzoek aangetoond dat er bij het vapen giftige metalen vrijkomen die zowel in de longen als op andere plekken in het lichaam terecht komen. Deze zware metalen (lood, uranium en cadmium) kunnen voor blijvende schade zorgen op zowel lange als korte termijn. Het kan leiden tot cognitieve stoornissen, gedragsstoornissen, problemen met de ademhaling. Verder heeft lood vooral invloed op het hart, de bloedvaten en de hersenen. Cadmium wordt zelfs in verband gebracht met verschillende soorten kanker.11

Het stoppen met roken/vapen kan moeilijk zijn, dit komt door de verslavende stof nicotine. Echter is iedere sigaret, sigaar of vape die je niet neemt al winst voor de longen. Hierdoor zal achteruitgang minder snel plaatsvinden. Het advies om te stoppen wordt ook aan gezonde mensen meegegeven en aan mensen met longaandoeningen die op een andere manier zijn ontstaan. 

Bij een longaandoening blijft het dus belangrijk om de longfunctie zo goed mogelijk te houden en geen verdere schade toe te brengen aan de longen door middel van roken/vapen. 

Medicatie: 

In het geval van longschade door vroeggeboorte is er nog niet onderzocht welk medicijn het beste werkt. Er zijn dus geen gegevens over bekend. Artsen die ervaring hebben met deze vorm van longschade schrijven medicatie voor die de luchtwegen verwijden. In de gevallen waarbij astma ook nog een rol speelt, kan een luchtwegverwijder met een ontstekingsremmer worden voorgeschreven. 

Tot slot blijft het belangrijk dat de algehele gezondheid niet verslechtert waardoor mensen meer longschade oplopen. 

Het is belangrijk dat mensen bij infecties sneller een arts raadplegen. Zo kan er sneller gericht actie worden ondernomen met als gevolg dat extra schade aan de longen kan worden voorkomen. 

Het blijft belangrijk om van elkaar te leren, de artsen zelf leren namelijk ook van hun patiënten. De artsen onderzoeken de klacht en kunnen met behulp van ervaringsverhalen van de patiënten anderen helpen. Een voorbeeld hiervan is iemand die in de bergen wil wandelen. Op zeeniveau (het niveau waar wij in Nederland op leven) hebben wij een zuurstofpercentage van 21% in de lucht. Wanneer je de bergen in gaat ligt dat niveau lager, de lucht is dus ijler waardoor je minder zuurstof opneemt. Een longfunctietest kan aangeven dat het vanaf een bepaalde hoogte minder goed zal gaan. Maar mensen met (een verdenking op) longschade door vroeggeboorte kunnen op een lagere hoogte al aangeven dat bijvoorbeeld het ademen niet meer goed gaat, terwijl het volgens de test goed zou moeten gaan. Dit heeft voor een deel te maken met dat mensen met een bepaalde longfunctie sneller een laag zuurstofgehalte in het bloed hebben, wat maakt dat iemand sneller klachten krijgt. Het is niet geheel onwaarschijnlijk dat er nog iets anders gaande is wat (op dit moment nog) niet meetbaar is, maar wat er wel zit. Dit is ook voor de artsen nog onbekend terrein. 

Wat is het beloop van longschade door vroeggeboorte? 

Hoe het beeld van de longschade zich in de loop der jaren verder zal ontwikkelen weet men nog niet. Ook is het nog niet bekend of het op latere leeftijd nog bepaalde gevolgen heeft.  

Wel weten de longartsen dat vrouwen met deze vorm van longschade meer risico lopen op problemen tijdens de zwangerschap. Daarnaast is er een groter risico op vroeggeboorte. 

De artsen geven aan dat het goed is om als longpoli samen te werken met de gynaecoloog en tijdens de zwangerschap mee te denken over zaken als complicaties en veiligheid voor moeder en kind. 

Het kan zo zijn dat een zwangerschap niet goed gaat door longschade bij de moeder. Soms is het in bepaalde gevallen zelfs nodig voor de baby dat de moeder extra zuurstof krijgt tijdens de zwangerschap en soms kan daar een opname mee gepaard gaan. Het menselijk lichaam regelt namelijk dat het lichaam van de moeder eerst voldoende zuurstof krijgt en daarna pas bij de baby. De extra zuurstof kan helpen om ervoor te zorgen dat de baby genoeg zuurstof krijgt. 

De zwangere vrouw is vaak vatbaarder voor bijvoorbeeld infecties. Ook staat het middenrif hoger tijdens de zwangerschap, wat voor extra kortademigheid kan zorgen (lichte kortademigheid komt overigens bij bijna elke zwangerschap voor). En verder hebben zwangeren sneller last van klachten zoals: maagzuur, hoesten en luchtweginfecties. 

Soms kunnen hartproblemen voorkomen vanwege een grotere belasting van het hart door de zwangerschap. De bevalling zelf is een groter risico. Het is vaak het beste om op natuurlijke wijze te bevallen. Bij een keizersnede wordt er namelijk een grote wond gemaakt. Hierdoor kan het ademhalen zelf wat moeilijker gaan. Ook gaat het doorademen minder goed, het ophoesten lukt vaak minder goed en er is een grotere kans op infecties. Er is een grotere kwetsbaarheid voor infecties, zeker bij slechte longen. Het heeft dan ook de voorkeur om de zwangere vrouw met longschade door vroeggeboorte te volgen via het ziekenhuis en niet via de verloskundige of de huisarts. 

Deze pagina is tot stand gekomen met dank aan informatie die verstrekt is door: dr. Lieke Kamphuis (longarts), drs. Arnold Duinisveld (longarts), drs. Lidewij Visser (longarts) en Steven Huizer (long fysiotherapeut en geriatriefysiotherapeut). 

*Een aangepaste versie van deze originele tekst is tevens gepubliceerd op de website van Care4Neo.

 
Bibliografie: 
  1. Longfonds. (2023). Hoe ontstaan de longen? Opgehaald van Longfonds: https://www.longfonds.nl/alles-over-longen/ontstaan 
  2. Herring MJ, Putney LF, Wyatt G, Finkbeiner WE, Hyde DM. Growth of alveoli during postnatal development in humans based on stereological estimation. Am J Physiol Lung Cell Mol Physiol. 2014 Aug 15;307(4):L338-44. doi: 10.1152/ajplung.00094.2014. Epub 2014 Jun 6. PMID: 24907055; PMCID: PMC4137164.  
  3. Erasmus MC. (2023). Bronchopulmonale dysplasie bij volwassenen. Opgehaald van Erasmus MC: https://www.erasmusmc.nl/nl-nl/patientenzorg/aandoeningen/bronchopulmonale-dysplasie-bij-volwassenen#272ad53d-e1e7-4647-9b53-5d77acd503eb
  4. Vrijlandt, E., Gerritsen, J., & Duiverman, E. (2007, November 3). Bronchopulmonale dysplasie bij ex-prematuren die volwassen worden. Nederlands tijdschrift voor de geneeskunde. 
  5. Laar, J. v. (2023, juli, 13). Longarts schat 60.000 Nederlanders ongemerkt longziekte door vroeggeboorte. Opgehaald van Amazing Erasmus MC: https://amazingerasmusmc.nl/longen/longarts-schat-60-000-nederlanders-ongemerkt-longziekte-door-vroeggeboorte/ 
  6. Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde. (2020, december). Richtlijn bronchopulmonale dysplasie (BPD). Opgehaald van Nederlandse vereniging voor kindergeneeskunde: https://www.nvk.nl/themas/kwaliteit/richtlijnen/richtlijn?componentid=120029184&tagtitles=Cardiologie%2CIntensive%252bCare%2CLongziekten%2CNeonatologie 
  7. Kramer, B. W., Lievense, S., Been, J. V., & Zimmerman, L. J. (2010). Van klassieke naar nieuwe bronchopulmonale dysplasie. Nederlands tijdschrift voor de geneeskunde. 
  8. Kramer, B. W., Lievense, S., Been, J. V., & Zimmerman, L. J. (2010). Van klassieke naar nieuwe bronchopulmonale dysplasie. Nederlands tijdschrift voor de geneeskunde. 
  1. Bui, D. S., et al. (2022, februari, 18). Association between very to moderate preterm births, lung function deficits, and COPD at age 53: analysis of a prospective cohort study. Lancet respiratory medicine: https://www.thelancet.com/journals/lanres/article/PIIS2213-2600(21)00508-7/abstract 
  2. Houterman, K., & De Goede, A. (2023, oktober, 3). Artsen slaan alarm na groot vape onderzoek: veel jonge gebruikers. Opgehaald van RTL nieuws: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5410827/trimbos-cijfers-alarmerend-vapen-e-sigaret-vapes-jongeren-tieners 
  3. Kochvar, A., Hao, G., Dai, H. D. (2024, april, 29) . Biomarkers of metal exposure in adoscelent e-cigarette users: correlations with vaping frequency and flavouring. Tobacco control: https://tobaccocontrol.bmj.com/content/early/2024/04/08/tc-2023-058554#T2 

.

Longaandoeningen door vroeggeboorte vaak ongemerkt

Longarts schat: 60.000 Nederlanders ongemerkt longziekte door vroeggeboorte Longarts schat: 60.000 Nederlanders ongemerkt longziekte door vroeggeboorte Longaandoeningen door vroeggeboorte blijft bij veel volwassenen onopgemerkt.
Longarts Lieke Kamphuis

Longaandoeningen door vroeggeboorte blijft bij veel volwassenen onopgemerkt. Longarts Lieke Kamphuis van het Erasmus MC schat dat ongeveer 60.000 Nederlanders ongemerkt longklachten ervaren als gevolg van hun vroeggeboorte. Kamphuis slaat alarm en pleit ervoor dat (huis)artsen vroeggeboorte ook op volwassen leeftijd meenemen in de spreekkamer. ‘We kunnen drie van de vier patiënten beter maken.’

Klik hieronder voor het volledige artikel of ga naar Bronchopulmonale dysplasie / longschade door vroeggeboorte voor meer informatie over deze aandoening.

Auteur originele artikel: Jochem van Laar