De huisarts is in veel gevallen het eerste aanspreekpunt bij lichamelijke of mentale klachten. Hij of zij luistert naar het verhaal, stelt vragen, doet onderzoek en kan waar nodig doorverwijzen. De kans is dus groot dat je dus bij de huisarts start op het moment dat je tegen lange termijn gevolgen aan loopt.
Het kan lastig zijn om het te bespreken, omdat lange termijn gevolgen veel overlap hebben met allerlei andere lichamelijke en mentale klachten. Dit kan voor veel ruis en onduidelijkheid zorgen. Jij als patiënt ervaart de klacht en wil er wat aan doen. De huisarts moet daarentegen in korte tijd (vaak 10 minuten) een inschatting maken wat er aan de hand is en wat de beste route is. Als het ware moet de huisarts heel veel informatie van een patiënt filteren en bepalen waarom dit wel of niet bij een bepaalde aandoening past om tot een diagnose te komen. Als er een klacht is waarbij er sprake is van veel overlap met andere aandoeningen is dit zeer lastig, echter niet onmogelijk.
Ook missen sommige huisartsen de kennis over de lange termijn gevolgen van vroeggeboorte en krijgt de patiënt te horen dat het daar niet aan kan liggen. Huisartsen geven aan dat zij bij een vroeggeboorte vooral letten op de periode vlak na de geboorte. Als een kind zich verder normaal ontwikkeld heeft is het volgens hen niet veel anders dan bij andere kinderen. Bij de prematuren zien zij alleen een iets hoger risico op longproblemen of ontwikkelingsproblemen (zowel fysiek als mentaal).* Er is dus bij de huisarts vaak gebrekkige informatie over de lange termijn gevolgen. Mede omdat het over het algemeen bij huisartsen niet bekend is wat er bijvoorbeeld rondom de puberteit of op latere leeftijd bij prematuren veranderd.
Dit kan aan beide kanten voor frustratie zorgen in de spreekkamer. De patiënt voelt zich niet gehoord en niet serieus genomen. De huisarts heeft een patiënt die niet tevreden is en niet de juiste zorg krijgt. Dit kan een simpel probleem onnodig complex maken.
Maar goed, hoe maak je dit bespreekbaar?
Het kan al helpend zijn om jouw medische dossier op te vragen in het ziekenhuis waar je geboren bent. Dit dossier moet wettelijk gezien minimaal 20 jaar bewaard blijven. In sommige gevallen kan ervoor worden gekozen om het korter of langer te bewaren. Een poging doen is het altijd waard. Je hebt namelijk altijd het recht om jouw medische dossier op te vragen.
Wanneer je bij de huisarts zit kan je het gesprek starten met vertellen dat je te vroeg geboren bent en dat je vermoed dat je daar klachten door hebt. Benoem ook vooral dat je over de lange termijn gevolgen hebt gehoord van lotgenoten of erover hebt gelezen. Verwijs ook altijd even naar de bron waar je het hebt gelezen. Daarnaast kan je bij de huisarts vaak om extra tijd vragen. Op deze manier heeft de huisarts meer tijd voor jou en kan jij ook in alle rust jouw verhaal vertellen.
Huisartsen kunnen belang hebben bij de volgende informatie:
- Met hoeveel weken jij bent geboren;
- Wat jouw geboortegewicht was;
- Complicaties bij de zwangerschap;
- Of je onderdeel van een meerling bent;
- Hoe lang jij in het ziekenhuis hebt gelegen;
- Een korte samenvatting van bijvoorbeeld 2/3 zinnen wat er destijds in het ziekenhuis is gebeurd (bijv. operaties/ziektes);
- Welke klachten merk je nu als gevolg op.
Je kan jouw huisarts in het gesprek ook verwijzen naar de informatie op deze website zodat die zich kan inlezen. De informatie is samengesteld op basis van wetenschappelijke artikelen en de expertise van specialisten zoals artsen, psychologen, fysiotherapeuten enz.
Maar wat als dit allemaal niet werkt en je blijft vastlopen? Dan kan een second opinion bij een andere huisarts jou misschien wel verder helpen.
Voor vragen of behoefte aan meer informatie neem contact met ons op.
*Reactie van diverse huisartsen uit een enquête over de bekendheid van lange termijn gevolgen door vroeggeboorte.


